24-1-21 Ds. Matthijs Glastra


Maak mij niet groter dan ik ben
niet te klein voor de stem
waardoor ik mijn naam en bestemming herken

naar psalm 131        

Avondklok. Nog maar één bezoekje van één persoon per dag. Niet meer zingen in de kerk. De wereld wordt kleiner en kleiner en de sociale bodem komt in zicht. Het wordt te stil, te alleen, te moe. Iemand zei deze week over de kerkdiensten: daar wil ik verhalen horen van hoop en troost, verhalen die mij meenemen naar een andere dimensie. Verhalen die mij inspireren, moed geven zonder dat het wegkijken of vluchten wordt.

De komende vier zondagen tot aan het begin van de Veertigdagentijd zullen we in de vieringen steeds een psalm overdenken. De Psalmen zijn het LIEDBOEK van het Eerste Testament. Psalm 120 -134 zijn de liederen van de pelgrims, van het op weg gaan. Elke Jood wilde graag de bedevaart maken naar de tempel in Jeruzalem. Maar soms had je daarvoor geen geld. Of kon je je gezin of werk niet zomaar loslaten. Of je gezondheid of leeftijd. De arme schare was er vaak niet toe in staat. Dan zei men tegen elkaar: als we niet met de voeten kunnen reizen, dan reizen we met het lied. Wie thuis de psalmen zingt . . . is al onderweg naar Jeruzalem. Liederen nemen ons mee, geven kracht. En nu we niet samen kunnen zingen in de kerk? Dan lezen we die liederen en wordt ons daarin een ruimte geopend om vol te houden, op weg te blijven, niet op te geven. Zondag ontmoeten we elkaar, onderweg met Psalm 131

Matthijs Glastra

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.