24-11-2019 ds Wim Blanken


November is meestal een maand van mist en kilte, van kalende bomen en kortende dagen. Eind deze maand vieren we op 24 november: de laatste zondag van het kerkelijk jaar. De Kerk spreekt over zondag voleinding of zondag Christus Koning. De laatste naam herinnert aan de drie messiaanse functies van Jezus: Koning, Priester en Profeet. Hij streed voor onze toekomst, gaf Zichzelf opdat wij  het  leven  voor  ons  zouden hebben, liep vooruit op de wereld die God al ziet! Geen wonder dat, in de eredienst, naast de kleur wit of groen, ook wel de kleur rood wordt gebruikt.
Op deze zondag staan we vanouds stil bij de laatste dingen, de voleinding. Ieder heeft daar zijn of haar eigen gedachten over. Wat mogen we verwachten? Dat het leven verder reikt dan het hier en nu, dat geloven velen wel. Het Eerste Testament doet ons hopen dat ooit vrede en recht zullen heersen, God orde op zaken stelt. Eenmaal zal ik, via mijn nakomelingen, deel hebben aan de vervulling van Gods beloften. In het Tweede Testament wordt deze verwachting persoonlijker. De mens die ik was, wordt door een scheppingsdaad van God, op de dood heroverd, er weer bij gehaald. “Ik word opgeroepen en mag de vervulling meemaken”, schrijft Willem van der Zee in een boekje dat ik u kan aanbevelen: “De dood is van gisteren”. Blijft de, moeilijk te beantwoorden, vraag hoe je je één en ander moet voorstellen. Maar geloven doe ik ‘t! Eveneens in een aantal liederen in ons Liedboek wordt het bijbelse gedachtegoed verwoord. De melodieën van deze liederen zijn innig. Ik noem lied 737. Met allen die geschiedenis schreven, David, Simeon, Ambrosius, Luther, Bach, zijn we op weg naar het nieuwe Jeruzalem, de bruid van onze Heer. Deze verwachting wekt Israëls’God, die Jezus Zijn Vader noemt.
We lezen Maleachi 3:20-21 en Lukas 19: 5-19; 29-33.

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.